Deel 2: De impact van COVID-19 op uitbuitingssituaties wereldwijd

Gepubliceerd op 10 augustus 2021
Deel 2: De impact van COVID-19 op uitbuitingssituaties wereldwijd

United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) biedt met het onlangs uitgebrachte rapport inzicht in de impact die COVID-19 heeft op slachtoffers van mensenhandel wereldwijd. Middels het uitzetten van vragenlijsten onder veldwerkers van de UNODC en verschillende eerstelijnswerkers, zoals politie en hulpverleners en via interviews en een expertmeeting is door UNODC in kaart gebracht wat de effecten zijn van de pandemie op verschillende vormen van mensenhandel wereldwijd. CKM-onderzoekers Sjoerd van Bemmel en Daphne duiken in dit interessante rapport en doen in twee delen verslag. Vandaag gaan we verder met deel 2. 

Mensenhandelaren passen zich aan ‘het nieuwe normaal’ aan
Een andere belangrijke bevinding uit het onderzoek van de UNODC is dat sinds de start van de pandemie mensenhandelaren hun modus operandi hebben aangepast aan de corona-maatregelen. Zo vindt de rekrutering (grooming) van slachtoffers alsook de uitbuiting zelf steeds vaker online plaats. Europol signaleerde sinds het begin van de pandemie een exponentiele groei in de vraag naar en het aanbod van kinderpornografisch materiaal, in het bijzonder de livestreaming daarvan.

Daarnaast is seksuele uitbuiting zich meer ‘ondergronds’ gaan afspelen, bijvoorbeeld in privé-appartementen in plaats van op meer zichtbare locaties zoals seksclubs; een verschuiving die ook in Nederland zichtbaar was binnen de prostitutiebranche. De vraag is of dat in Nederland ook tot meer seksuele uitbuiting heeft geleid. Daders die zich schuldig maken aan grensoverschrijdende mensenhandel hebben volgens de UNODC eveneens hun werkwijze aangepast door nieuwe smokkelroutes en transportmethoden te gebruiken.

Respondenten uit het onderzoek benadrukken dat deze nieuwe routes in veel gevallen complexer, langer en gevaarlijker zijn dan voorheen. Bovendien benoemen sommige respondenten dat mensenhandelaren steeds vaker over land reizen om verhandelde volwassenen en kinderen over te brengen, zich ervan bewust dat politie en immigratieambtenaren vanwege corona geen voertuigen of identificatiedocumenten van bestuurders zouden controleren.

Impact van COVID-19 op slachtoffers van mensenhandel    
Uit het UNODC-onderzoek blijkt dat waar sommige slachtoffers tijdens de pandemie worden verlaten door hun uitbuiters, anderen te maken krijgen met intensivering van controle van hun mensenhandelaar, hetgeen samenhangt met feit dat ze de werkplek niet mogen verlaten, hetgeen leidt tot verdere isolatie, maar ook tot een toename van geweld. Dit laatste wordt ook bevestigd in de kwalitatieve analyse van het CKM-onderzoek. Het worden verlaten door een mensenhandelaar kan eveneens negatieve gevolgen hebben voor een slachtoffer, omdat sommige slachtoffers afhankelijk zijn van de mensenhandelaar om zichzelf te voorzien in levensonderhoud.

Daarnaast wordt in het onderzoek van de UNODC benoemd dat slachtoffers een stigma ervaren op het nog steeds uitoefenen van hun ‘werk’ en lopen zij een verhoogd risico op blootstelling aan het virus. Tot slot wordt beschreven dat slachtoffers van mensenhandel door de pandemie verminderde toegang hebben tot hulpverlening - wat ook door verschillende slachtoffers op Chat met Fier is benoemd - en dat het voor sommige geredde slachtoffers als gevolg van de pandemie niet mogelijk is om naar hun land van herkomst terug te keren. Dit maakt dat slachtoffers niet, of veel moeilijker, gesignaleerd worden.

Lees hier deel 1 van het verslag. 
Lees hier het volledige rapport van de UNODC. 

Volg ons op

Onderdeel van

Wij worden gesteund door

SteunOns